Zwijgen
Om half vijf kunnen we meteen al meedoen met een groepsmeditatie. Een stuk of vijftien gasten zitten op stoeltjes of meditatiekussentjes in een kring rond een brandende kaars. Een van de religieuzen, net als alle anderen in wit habijt met zwarte sluier, opent de meditatie met een stukje Taizémuziek uit een taperecor¬der en leidt ons vervolgens de stilte in. "Bidden is niet praten, of jezelf horen praten", zegt ze. "Bidden is zwijgen, en dan Gods aanwezigheid horen." De avond¬zon valt door de hoge ramen en zet de ruimte in een gouden gloed. "Op de uitademing kun je innerlijk, zonder geluid, Christus zeggen", suggereert de zuster. "En op de inademing Jezus."
Na de meditatie lopen we met een andere zuster mee naar het oude gedeelte waar de religieuzen wonen, voor de Rozenkransdienst in de ruime witgepleisterde kerk. Druppelvormige decoraties in pasteltinten langs de bogen; bloemstukken aan het altaar, een kruis in modern glasmozaïek. Een stuk of veertig dominicanessen zitten in de banken en zingen enkele liederen. Sommige gasten zingen luidkeels mee. Na afloop komen de nonnen langs de banken gelopen en ik zie het: ja, dit zijn echt oude vrouwen, niet allemaal even gezond zo te zien, eentje loopt met een stok, veel gezichten lijken getekend door een leven van hard werken. Zouden zij zelf nou ook wel eens in de sauna zitten, gemasseerd worden met lekkere warme olie? Ik besluit het zuster Andrea te vragen als ze mij morgenochtend onder handen neemt.
Wakker geroepen
De volgende ochtend doe ik om zeven uur mee met het dauwtrappen, ook een methode van Kneipp. Een jonge trainer neemt ons, een klein clubje van vier vrouwen en een man, mee naar het park en daar trekken we onze schoenen en sokken uit. "Blijf zo lang op het gras rondlopen als aangenaam is", zegt de coach. Aange¬naam? Het is letterlijk ijskoud. "Bij temperaturen onder de 5 graden is een minuut al voldoende" meldt het bordje gelukkig. We drogen de voeten af met handdoek-jes die de trainer aanreikt, en direct als ik mijn sokken en schoenen weer aanheb, voelen mijn voeten lekker warm. Dan volgt een wandeling in straf tempo door het park, langs het grote labyrint gemodelleerd naar dat in de kathedraal van Chartres, langs de bijenkorven en het insectenhotel, langs de hoogstam appelbomen en weer terug, en nog eens een rondje, waarna we rek- en strekoefeningen doen op het terras van het rookgebouw-tje. Ook in Arenberg is alles binnen rookvrij en moeten rokers buiten blijven, maar ze hebben daar wel een gezellig gebouwtje voor. Alles tintelt. Diep adem ik de frisse ochtendlucht in. Vogels zingen, een raaf krast. Acht uur, tijd voor de 'ochtendimpuls' in de kapel op de zevende verdieping van het gastenverblijf. Beton en hoge ramen wisselen elkaar hier af. "Het beton symboli¬seert de grauwe werkelijkheid die wij hier ook onder ogen zien", heeft Grunau uitgelegd. Ik vind het mooi. De kapel zit vol; toch zo'n veertig gasten zijn komen opdagen, en een enkele dominicanes. Een jonge vrouw in spijkerbroek leidt de bijeenkomst. Ze begint ook met een taperecorder aan te zetten en daar komt dit keer iets schlagerachtigs uit, relipop, gezellig klinkend met ongetwijfeld een stichtelijke tekst. Hm. Maar als ze begint te praten, heeft ze mijn geboeide aandacht. Het gaat over Martha en Maria, de passage in Lukas 10 waar Martha aan Jezus vraagt om Maria terecht te wijzen omdat die niet meehelpt met de gastvrouwelijke zorgen. -"Martha is de persoon die zichzelf verliest in haar dagelijks werk", zegt de voorgangster. "Die niet meer in God is. Daarom wordt ze ook jaloers. Vroeger dacht ik datjezus haar verwijtend toespreekt. 'Martha, Martha' zegt hij, zoals onze ouders ons vroeger terechtwezen, zoals wij onszelf vermanend toespreken: sufferd, je doet het fout. Maar nu begrijp ik: Jezus roept haar tot zichzelf. Hij doet een appèl op haar, hij roept haar wakker." Ook kun je uit dit verhaal halen, denkt ze, dat jaloezie op een ander je wijst op iets waarnaar je zelf verlangt, iets dat goed zou zijn voor jezelf, dat ook bij jou zou passen. "Martha verlangt ook naar het onderricht van Jezus. Mooi dat dit verhaal direct komt na het verhaal over de barmhartige Samaritaan. Het is vaak uitgelegd alsof ereen concurrentie zou bestaan tussen contemplatie en goede werken. Maar dat kan allebei tegelijk. Je kunt je ook midden in je dagelijkse werk verbonden voelen met Jezus."
Ze pakt een gitaar, we staan in een kring, en zingen nog een lied.
Ik heb nog een kwartier de tijd voor mijn ontbijtje, dat ik haastig samenstel uit het overvloedige buffet, en zo snel opeet dat zuster Annunciata mij moet corrigeren.
Liefdevol aangeraakt
Zo rustig als ik kan, loop ik naar het Vitalzentrum in de benedenverdieping. Daar is zuster Andrea die mij gaat masseren. Ze blijkt niet in de stemming voor een praatje, antwoordt kortaf op mijn vragen. Maar ze heeft warme, grote, sterke handen en de aromatische olie die ik heb gekozen - ontspannende mix van lavendel en andere kruiden - is ook heerlijk warm. De temperatuur in de massageruimte had wat mij betreft iets hoger gemogen, maar misschien is dat dan weer te warm voor zo'n religieuze in haar ritselende habijt, die natuurlijk inspannende handarbeid staat te verrichten. Zuster Andrea is beroeps: ze was jarenlang verpleegkun¬dige, ademtherapeute en fysiotherapeute voor ze in de orde intrad. "Juist ernstig zieke mensen hebben mij geleerd hoe belangrijk de ziel is", schrijft ze in het boek Der Wohifühlgarten Gottes, over klooster Arenberg en zijn inwoners. "De weg naar de ziel gaat over het lichaam. Aan de ene kant wordt het lichaam vaak als een machine beschouwd die eindeloos belastbaar is. Aan de andere kant merk ik dat veel mensen hun eigen lichaam niet voelen, niet waarnemen, en dus voor zichzelf eigenlijk geen gevoel hebben. Ik heb ontdekt: als ik mijzelf waarneem, of als ik een ander aandachtig aanraak, dan word ook de ziel weer voelbaar." Meester Eckhart, haar grote voorbeeld, zag volgens haar de zelfwaarneming als weg naar God. Elke verwonding, elke ziekte, zelfs elke spanning die zich in het lichaam aftekent, gelooft ze, vertelt ons iets over ons innerlijk. Het ontcijferen van die boodschap is een belangrijke stap op de weg naar het helen van het innerlijk.
"Er bestaat zoiets als een kerngezondheid", schrijft ze, "die niet door ziekte klein te krijgen is. Dat concept is essentieel voor ons in Arenberg. Een mens kan doodziek zijn, en tegelijkertijd innerlijk volkomen gezond. Aanraking maakt ons attent op die innerlijke heelheid. In elk mens is een diep verlangen om niet alleen te zijn en om liefdevol aangeraakt te worden - om de eenheid van lichaam en ziel weer te voelen." "Masseert u ook uw medezusters wel eens?" vraag ik als de massage voorbij is. "Waarom?"
"Nou ja, die hebben toch ook wel eens spanningen?" "Alleen op voorschrift", zegt ze, op zo'n kordate toon dat ik niet verder durf te vragen.
Animeren
Aan Grunau, de bedrijfsleider die later die ochtend voor de gasten een introductie verzorgt, vraag ik het. Maken de zusters zelf gebruik van hun areaal aan wellness voorzieningen? Hij lacht. "Of ze wel eens in de sauna gaan? Ja, wel degelijk, na tien uur 's avonds als hij officieel gesloten is. En ze laten zich ook af en toe masseren, als dat nodig is. Het is niet helemaal nieuw voor ze, want in het sanatorium hadden ze ook een zwembad en waren er ook heilzame baden. Een achter¬liggende vraag is: hoe staat de kerk tegenover het wellness-idee? Natuurlijk gaat het ons niet om opper¬vlakkig genieten. Er is altijd een spiritueel element, dat zich bijvoorbeeld uit in ons concept kerngezondheid. Dat is niet nieuw in het christendom. Er zijn ook bepaalde grenzen waar we binnen blijven. We bieden hier bijvoorbeeld geen cosmetica aan. Niet dat we dat afwijzen, maar het hoort niet bij onze opvatting van gezondheid. Maar ik geef toe, het is lastig manoeuvreren om dat naar buiten toe goed te presenteren. Een Gratwanderung. De pers kan het maar al te makkelijk verkeerd opvatten."
Een gast wil weten of er niet iets meer gedaan kan worden om verlegen en eenzame mensen uit hun schulp te trekken en in contact te brengen met anderen. Grunau antwoordt dat deze kwestie de volle aandacht heeft, maar dat het niet eenvoudig is om zoiets te organiseren. Er is met opzet een stuk van de eetzaal afgescheiden voor mensen die juist alleen willen zijn en in stilte willen eten. "Zodat je-niet altijd de ziektegeschiedenissen van je medegasten hoeft aan te horen." In het andere deel van de eetzaal zijn geen vaste plaatsen en dat is de aangewe¬zen plek voor spontane ontmoetingen. "We zijn er niet om te animeren, maar om ruimte te scheppen. Ook voor doelloos rondhangen, als mensen dat willen." Een andere gast zegt dat ze niet inziet wat er nog ontbreekt aan het concept. "Ik heb de afgelopen dagen de meest diepzinnige gesprekken gehad met interessante mensen, met name bij de maaltijden.
|